verb
goedkeuren, autoriseren, toestaan
B1
„genehmigen” betekent „goedkeuren”, „toestaan” of „verlenen”. Het is een regelmatig zwak werkwoord en vormt het perfect met haben: hat genehmigt. Komt vaak voor in formele en officiële contexten. Patronen: etwas genehmigen of jemandem etwas genehmigen, meestal met de persoon in de datief. Niet scheidbaar.
Voorbeelden
Der Chef hat meinen Urlaub genehmigt.
De baas heeft mijn verlof goedgekeurd.
Die Behörde genehmigte den Bau.
De autoriteit keurde de bouw goed.
Der Chef genehmigt meinen Urlaub.
De baas keurt mijn vakantie goed.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een stempel 'GOEDGEKEURD' voor die neerkomt wanneer papierwerk genehmigt is.
Klinkt als 'gee-NEIGH-mi-gen' — hoor 'neigh' als een goedkeuringsstempel van een paard.
Opmerkingen
Formeel werkwoord dat vaak wordt gebruikt in administratieve en bureaucratische contexten. Het voltooid deelwoord 'genehmigt' wordt gebruikt in voltooide tijden en lijdende constructies.