pronoun
genoeg, voldoende
A2
genug betekent ‘genoeg’ of ‘voldoende’. Het kan bij een zelfstandig naamwoord staan: genug Zeit, of een werkwoord/adj. versterken: genug schnell. Ook zelfstandig mogelijk: Es ist genug. Veel gebruikt in niet genoeg.
Voorbeelden
Das ist genug für heute.
Dat is genoeg voor vandaag.
Ich habe genug Geld für die Reise.
Ik heb genoeg geld voor de reis.
Es gab nicht genug Stühle, sodass einige Gäste stehen mussten.
Er waren niet genoeg stoelen, dus moesten sommige gasten staan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een beker voor die tot het juiste niveau gevuld is, met een groen vinkje en het woord ‘genug’.
Denk aan het Engelse ‘enough’ — vergelijkbare betekenis; ‘genug’ = enough.
Opmerkingen
Wordt zowel als voornaamwoord als als bijwoord gebruikt (genug essen / genug haben). Kan afhankelijk van het gebruik voor of na een zelfstandig naamwoord staan.