gehen

verb
gaan, lopen
A1

Werkwoord: gehen betekent „gaan”, „lopen” of zich verplaatsen. Het is een sterk en onregelmatig werkwoord: Präteritum ging, voltooid deelwoord gegangen. In de voltooide tijd gebruikt het sein: ich bin gegangen. Ook veel in uitdrukkingen zoals wie geht’s? en es geht.

Voorbeelden

Ich bin ins Kino gegangen.
Ik ben naar de bioscoop gegaan.
Sie ging in den Park.
Ze ging naar het park.
Ich gehe nach Hause.
Ik ga naar huis.

Details

Hulpwerkwoordsein
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent stem 'geh-' -> preterite 'ging-' -> participle 'gegangen'.

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es geht
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es ging
Perfekter/sie/es ist gegangen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voeten voor die lopen met het label ‘gehen’.
👂Zoals het Engelse ‘gain’ (stel je voor dat je vooruitgaat).

Opmerkingen

Sterk werkwoord (ging, ist gegangen) — gebruikt «sein» als hulpwerkwoord voor beweging. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichgehe
dugehst
er/sie/esgeht
wirgehen
ihrgeht
sie/Siegehen
ichgehe
dugehest
er/sie/esgehe
wirgehen
ihrgehet
sie/Siegehen
ichwürde gehen
duwürdest gehen
er/sie/eswürde gehen
wirwürden gehen
ihrwürdet gehen
sie/Siewürden gehen
dugeh
ihrgeht
Siegehen