Gefahr

noun
gevaar, risico, dreiging
B1

Gefahr betekent „gevaar”, „risico” of „bedreiging”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; meervoud: Gefahren. Veel gebruikt in waarschuwingen en veiligheidsinstructies. Handige uitdrukkingen: in Gefahr sein, in Gefahr geraten. Geeft een gevaarlijke situatie aan.

Voorbeelden

Chemikalien stellen eine Gefahr für die Umwelt dar.
Chemicaliën vormen een gevaar voor het milieu.
Das ist eine Gefahr.
Dat is een gevaar.
Vorsicht, Gefahr!
Pas op, gevaar!

Details

MeervoudGefahren

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Gefahrdie Gefahren
genitiveder Gefahrder Gefahren
dativeder Gefahrden Gefahren
accusativedie Gefahrdie Gefahren

Ezelsbruggetjes

👁️een fel waarschuwingsdriehoekje met het woord ‘Gefahr’ erin
👂guh-FAHR — denk aan ‘go far’ (als je te ver gaat, kan het gevaarlijk zijn)
⚧️die Gefahr — onthoud ‘die’ (vrouwelijk); denk aan ‘die’ als in deadly/danger om het vrouwelijke te onthouden

Opmerkingen

Veelvoorkomende combinaties: «Gefahr bestehen», «in Gefahr sein», «Gefahr laufen». Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; meervoud is «Gefahren».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek