froh

adjective
blij, tevreden
A2

froh betekent ‘blij’, ‘gelukkig’ of ‘tevreden’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat je kunt vergelijken: froher, am froh(e)sten. Vaak gebruik je het met über + accusatief: froh über etwas sein, of in froh, dass… Veelgebruikt in het dagelijks Duits.

Voorbeelden

Sie war froh, dass die Prüfung leichter war als erwartet.
Ze was blij dat het examen makkelijker was dan verwacht.
Wir sind froh, dass alles gut lief.
We zijn blij dat alles goed is verlopen.
Ich bin sehr froh über die Nachricht.
Ik ben erg blij met het nieuws.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapfroher
Overschrijvende trapam froh(e)sten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die glimlacht en van vreugde springt om ‘froh’ te onthouden.
👂Klinkt als ‘fro’ — denk aan ‘in een goede stemming’ (blij).

Opmerkingen

Wordt vaak gebruikt met «über» + accusatief om aan te geven dat je blij bent met iets.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek