verb
financieren, bekostigen, subsidiëren
B1
finanzieren betekent ‘financieren’ of ‘bekostigen’: geld beschikbaar stellen voor een project, activiteit of aankoop. Het is een regelmatig zwak werkwoord met haben in het perfectum: hat finanziert. Niet scheidbaar en niet wederkerig. Passief: wird finanziert. Veel gebruikt in economie, bankwezen en projecttaal.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Bank finanziert das Projekt.
De bank financiert het project.
Der Staat finanzierte das Programm.
De staat financierde het programma.
Das Projekt ist finanziert worden.
Het project is gefinancierd.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bank voor die een bundel geld overhandigt om een project te betalen.
Klinkt als „finance-ear-in” — associeer met „finance”.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
„finanzieren” is een regelmatig -ieren-werkwoord en vormt het voltooid deelwoord met -iert. Het neemt een lijdend voorwerp (wen/was) en gebruikt meestal „haben” als hulpwerkwoord.