Dienst

noun
dienst, dienstverlening, diensttijd, wacht
B1

Dienst betekent ‘dienst’, ‘taak’, ‘dienstplicht’ of ‘dienst/shift’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Dienst. Meervoud: Dienste. Genitief enkelvoud: des Dienstes. Veel gebruikt in uitdrukkingen als im Dienst en in samenstellingen.

Voorbeelden

Morgen habe ich Dienst.
Morgen heb ik dienst.
Nachdem der Lehrer seinen Dienst beendete, gingen die Schüler nach Hause, weil der Unterricht fertig war.
Nadat de leraar zijn dienst had beëindigd, gingen de leerlingen naar huis omdat de les voorbij was.
Der Dienst beginnt um acht Uhr morgens.
De dienst begint om acht uur 's ochtends.

Details

MeervoudDienste

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Dienstdie Dienste
genitivedes Dienstesder Dienste
dativedem Dienstden Diensten
accusativeden Dienstdie Dienste

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een werknemer in uniform voor met een badge waarop ‘Dienst’ staat (service).
👂Klinkt als ‘dean’s t’ — stel je een decaan voor die een dienst verleent.
⚧️der — stel je voor dat de badge een mannelijk silhouet heeft om ‘der Dienst’ te onthouden.

Opmerkingen

Dienst kan afhankelijk van de context ‘dienst’, ‘wacht’ of ‘service’ betekenen (bijv. ‘Schicht’ vs ‘Dienstleistung’).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek