Fernsehen

noun
televisie, tv
B1

Fernsehen (het) betekent „televisie” als medium of bezigheid, niet het toestel zelf. Het is een onzijdig, meestal onbepaald/onzegbaar zelfstandig naamwoord: des Fernsehens. Geen gewone meervoudsvorm; voor programma’s zegt men Fernsehsendungen. Het werkwoord is fernsehen.

Voorbeelden

Im Fernsehen läuft heute ein spannender Film.
Vanavond is er een spannende film op tv.
Abends schaue ich gerne Fernsehen.
's Avonds kijk ik graag televisie.
Der Vater schaltete das Fernsehen aus, damit die Kinder früher ins Bett gingen.
De vader zette de televisie uit zodat de kinderen eerder naar bed gingen.

Details

MeervoudFernsehsendungen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Fernsehennot applicable
genitivedes Fernsehensnot applicable
dativedem Fernsehennot applicable
accusativedas Fernsehennot applicable

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een gloeiend scherm voor met bewegende beelden die je ‘van ver’ ziet.
👂denk aan ‘fern’ (ver) + ‘sehen’ (zien) — ‘ver-zien’ als beelden van afstand bekijken.
⚧️das (onzijdig) — stel je het medium voor als ‘das Fernsehen’, een neutraal object.

Opmerkingen

Als zelfstandig naamwoord verwijst ‘das Fernsehen’ meestal naar het medium of de activiteit tv-kijken. Het wordt vaak zonder meervoud gebruikt; voor afzonderlijke programma’s of uitzendingen gebruikt men eerder woorden als ‘Fernsehsendungen’. | Alleen enkelvoud; meervoud is niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek