Ferien

noun
vakantie
A2

Ferien is een pluralia tantum en betekent ‘vakantie’ of ‘schoolvakantie’. Het lidwoord is die. Een enkelvoud wordt normaal niet gebruikt. Het woord wordt alleen in het meervoud verbogen: die Ferien, den Ferien, der Ferien.

Voorbeelden

In zwei Wochen beginnen meine Ferien.
Over twee weken beginnen mijn vakantie.
Die Schule begann später, weil viele Familien noch in den Ferien waren.
De school begon later omdat veel gezinnen nog op vakantie waren.
Wir haben im Juli Ferien.
We hebben in juli vakantie.

Details

MeervoudFerien

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativenot applicabledie Ferien
genitivenot applicableder Ferien
dativenot applicableden Ferien
accusativenot applicabledie Ferien

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kalender voor met veel omcirkelde dagen en het woord ‘Ferien’ over de hele week.
👂Klinkt als ‘fairy-en’ — stel je kleine vakantiefeeën voor die aankomen voor vrije tijd.
⚧️die — gebruikt als ‘die Ferien’ (meervoud); onthoud dat het alleen meervoud is, zoals ‘de vakantie’.

Opmerkingen

Dit zelfstandig naamwoord wordt in het Duits meestal alleen in het meervoud gebruikt (pluralia tantum). Er is geen gangbare enkelvoudsvorm. | Alleen meervoud; enkelvoudsvormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek