noun
carnaval
B1
Fasnacht is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘carnaval’, vooral in Zwitserland en delen van Zuid-Duitsland. Meervoud: Fasnachten. Het woord verwijst naar de carnavalsperiode, optochten en maskers. Regionaal gebruik, zonder vaste prepositie of wederkerige vorm.
Voorbeelden
Die Fasnacht in unserer Stadt dauert drei Tage.
Het carnaval in onze stad duurt drie dagen.
Die Vereine dekorierten die Gassen, weil an der Fasnacht viele Besucher erwartet wurden.
De verenigingen versierden de steegjes, omdat er tijdens carnaval veel bezoekers werden verwacht.
Die Basler Fasnacht ist weltberühmt.
Het carnaval van Bazel is wereldberoemd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je mensen voor in kleurrijke maskers en kostuums die ’s nachts de straten vullen.
Klinkt een beetje als «fast night» — stel je een snelle nachtelijke parade voor.
Die Fasnacht — die (vrouwelijk). Denk aan «die» en «Fasnacht» die allebei eindigen op een zachte klank; veel feestnamen zijn vrouwelijk (die Feier).
Opmerkingen
«Fasnacht» is een regionale term die vooral in delen van Zuid-Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk wordt gebruikt; verwante woorden zijn Fasching en Karneval. De term verwijst vaak naar traditionele optochten en gemaskerde festiviteiten.