fallen

verb
vallen, neervallen, laten vallen
A2

fallen betekent ‘vallen’ of ‘naar beneden vallen’. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord met klinkerwisseling a→ä in du/er, verleden tijd fiel en voltooid deelwoord gefallen. In het perfect gebruik je sein: ich bin gefallen. Niet wederkerend.

Voorbeelden

Der Schnee fiel leise.
De sneeuw viel zachtjes.
Er ist vom Stuhl gefallen.
Hij viel van de stoel.
Das Glas ist vom Tisch gefallen.
Het glas is van de tafel gevallen.

Details

Hulpwerkwoordsein
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent: a → ä (du/er); Präteritum stem: fiel; Partizip II: gefallen

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es fällt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es fiel
Perfekter/sie/es ist gefallen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een blad voor dat van een boom valt om «fallen» te onthouden.
👂Denk aan het Engelse «fall» — heel vergelijkbare betekenis.

Opmerkingen

Een onovergankelijk, sterk werkwoord. Gebruikt «sein» als hulpwerkwoord in de voltooide tijden (ist gefallen). Passief wordt doorgaans niet gebruikt omdat het werkwoord onovergankelijk is. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing. De formele gebiedende wijs (Sie) wordt hier niet weergegeven omdat die het voornaamwoord «Sie» vereist, en voornaamwoorden zijn niet toegestaan in vervoegingswaarden.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichfalle
dufällst
er/sie/esfällt
wirfallen
ihrfallt
sie/Siefallen
ichfalle
dufallest
er/sie/esfalle
wirfallen
ihrfallt
sie/Siefallen
ichfiele
dufielest
er/sie/esfiele
wirfielen
ihrfielet
sie/Siefielen
dufall
ihrfallt
Sienot applicable