noun
factor
B1
Faktor (m.) betekent ‘factor’: een element dat invloed heeft op een resultaat. Meervoud: Faktoren. Regelmatige verbuiging: des Faktoren, den Faktoren. Veelgebruikt in wetenschap, statistiek en analyse.
Voorbeelden
Die Entscheidung wurde beeinflusst, weil Umweltaspekte als ein wichtiger Faktor gewertet wurden.
De beslissing werd beïnvloed omdat milieuaspecten als een belangrijke factor werden beschouwd.
Der wichtigste Faktor war das Wetter.
De belangrijkste factor was het weer.
Der wichtigste Faktor für den Erfolg ist die Motivation.
De belangrijkste factor voor succes is motivatie.
Details
Ezelsbruggetjes
Visualiseer een formule waarin verschillende factoren met elkaar vermenigvuldigen.
Klinkt als het Engelse „factor” — dezelfde wortel.
der (mannelijk) — denk aan „der Faktor” als aan de „vader”-factor (mannelijke kapstok).
Opmerkingen
Veelgebruikt in wetenschappelijke, wiskundige en zakelijke contexten. Meervoud: Faktoren.