Faktor

noun
factor
B1

Faktor (m.) betekent ‘factor’: een element dat invloed heeft op een resultaat. Meervoud: Faktoren. Regelmatige verbuiging: des Faktoren, den Faktoren. Veelgebruikt in wetenschap, statistiek en analyse.

Voorbeelden

Die Entscheidung wurde beeinflusst, weil Umweltaspekte als ein wichtiger Faktor gewertet wurden.
De beslissing werd beïnvloed omdat milieuaspecten als een belangrijke factor werden beschouwd.
Der wichtigste Faktor war das Wetter.
De belangrijkste factor was het weer.
Der wichtigste Faktor für den Erfolg ist die Motivation.
De belangrijkste factor voor succes is motivatie.

Details

MeervoudFaktoren

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Faktordie Faktoren
genitivedes Faktorsder Faktoren
dativedem Faktorden Faktoren
accusativeden Faktordie Faktoren

Ezelsbruggetjes

👁️Visualiseer een formule waarin verschillende factoren met elkaar vermenigvuldigen.
👂Klinkt als het Engelse „factor” — dezelfde wortel.
⚧️der (mannelijk) — denk aan „der Faktor” als aan de „vader”-factor (mannelijke kapstok).

Opmerkingen

Veelgebruikt in wetenschappelijke, wiskundige en zakelijke contexten. Meervoud: Faktoren.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek