adverb
extra, bovendien, bijzonder
B1
extra is een bijwoord met de betekenis ‘extra’, ‘bovendien’ of ‘bijzonder’. Het versterkt een eigenschap of geeft iets bijkomends aan: extra lecker = extra lekker. Het woord is onveranderlijk en veelgebruikt in de spreektaal.
Voorbeelden
Ich habe extra einen Kuchen gebacken.
Ik heb speciaal een cake gebakken.
Der Kunde zahlte extra, obwohl das Produkt kleine Mängel hatte, weil er es dringend benötigte.
De klant betaalde extra, hoewel het product kleine gebreken had, omdat hij het dringend nodig had.
Diese Sauce ist extra scharf.
Deze saus is extra pittig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een ‘extra’ stuk cake voor op een bord met de tekst ALLEEN VOOR JOU.
Hetzelfde als Engels ‘extra’ — makkelijk te onthouden.
Opmerkingen
In de spreektaal gebruikt om de mate te benadrukken («extra scharf») of om aan te geven dat iets expres is gedaan («extra gemacht»).