noun
fabriek
B1
Fabrik (v.) betekent „fabriek” of „productiebedrijf”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Fabrik; meervoud: die Fabriken. Regelmatige verbuiging met meervoud op -en. Vaak met de prepositie in: in der Fabrik.
Voorbeelden
Die Fabrik produziert jeden Tag tausende Teile.
De fabriek produceert elke dag duizenden onderdelen.
Ich arbeite in einer Fabrik.
Ik werk in een fabriek.
Die Gewerkschaft protestierte, nachdem man viele Maschinen in der Fabrik stilllegte.
De vakbond protesteerde nadat veel machines in de fabriek waren stilgelegd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot gebouw voor met schoorstenen en lopende banden, waar goederen worden geproduceerd.
Klinkt als het Engelse „fabric” (fabric -> Fabrik).
Die Fabrik — denk aan „die” en aan dieselrook uit de fabrieksschoorstenen (vrouwelijk lidwoord = die).
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt voor industriële gebouwen waar goederen worden geproduceerd. Meervoud is Fabriken.