verb
overschrijven, kopiëren, afschrijven
B1
abschreiben is een scheidbaar werkwoord met de betekenissen „overschrijven / kopiëren” en in financiële context „afschrijven”. Het is sterk en onregelmatig: Präteritum schrieb ab, Perfekt hat abgeschrieben. Het krijgt een accusatief object en komt vaak op school voor.
Voorbeelden
Die Firma schrieb den alten Computer als Kostenpunkt ab.
Het bedrijf schreef de oude computer af als kostenpost.
Er schrieb die Antwort ab.
Hij schreef het antwoord over.
Ich schreibe die Hausaufgaben ab.
Ik schrijf het huiswerk over.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand huiswerk overschrijft van het blad van een andere leerling en op «ab» (off) drukt om aan te geven dat het ervan af komt.
Denk aan «off + scrib(e)» — «schreiben» is schrijven, «ab» als «off»: afschrijven / overschrijven.
Opmerkingen
Het werkwoord is in veel betekenissen scheidbaar (er schreibt den Text ab). Het is onregelmatig/sterk: Präteritum «schrieb ab», Partizip II «abgeschrieben». Het kan betekenen: overschrijven/kopiëren (bijv. van aantekeningen) of boekhoudkundig afschrijven.