verb
maken, creëren, opstellen
B1
erstellen is een transitief, niet-reflexief en niet-scheidbaar werkwoord met de betekenis „maken”, „opstellen” of „aanmaken”. Het wordt vaak gebruikt voor documenten, bestanden en lijsten: eine Datei erstellen. Het perfectum vormt het met haben: ich habe erstellt.
Voorbeelden
Ich muss heute einen Bericht erstellen.
Ik moet vandaag een rapport opstellen.
Sie erstellte eine Liste.
Zij maakte een lijst.
Die Firma erstellt neue Prototypen für das Projekt.
Het bedrijf maakt nieuwe prototypes voor het project.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je bouwblokken voor die samen worden gezet om een document of object te ‘creëren’.
klinkt als ‘air-shtellen’ — stel je voor dat je iets neerzet (stellen) om het te laten bestaan.
Opmerkingen
Veelgebruikt in kantoor- en IT-contexten (einen Bericht erstellen, eine Datei erstellen).