adjective
ernstig, serieus, streng
B1
ernst betekent ‘ernstig’ of ‘serieus’. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: ernster, am ernstesten. Je gebruikt het voor personen, situaties, ziekten of een toon. Veelvoorkomende uitdrukking: jemanden ernst nehmen, ‘iemand serieus nemen’.
Voorbeelden
Der Direktor blieb ernst, obwohl die Situation sich langsam verbesserte.
De directeur bleef ernstig, hoewel de situatie langzaam verbeterde.
Er ist heute sehr ernst.
Hij is vandaag erg serieus.
Details
Ezelsbruggetjes
een persoon met een strak gezicht en gefocuste ogen — geen glimlach
klinkt als het Engelse «earnest», dat qua betekenis vergelijkbaar is
Opmerkingen
«Ernst» beschrijft de stemming van een persoon of de toon van een situatie (serieus, ernstig). Niet verwarren met «ernsthaft», dat vaak de ernst van intentie of gevolg benadrukt.