lustig

adjective
grappig, komisch
A1

lustig betekent ‘grappig’ of ‘leuk’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat kan worden vergeleken: lustiger, am lustigsten. Het beschrijft personen, verhalen of situaties en kan soms ironisch klinken.

Voorbeelden

Er erzählt eine lustige Geschichte.
Hij vertelt een grappig verhaal.
Der Komiker erzählte viele lustige Geschichten, obwohl einige Zuhörer müde waren.
De komiek vertelde veel grappige verhalen, hoewel sommige toehoorders moe waren.
Der Film war sehr lustig.
De film was erg grappig.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende traplustiger
Overschrijvende trapam lustigsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die hard lacht van plezier — ‘lustig’ = grappig.
👂Klinkt een beetje als ‘lusty’ — denk aan een stevige lach.

Opmerkingen

Vergelijkbaar bijvoeglijk naamwoord. Vergrotende trap: lustiger, overtreffende trap: am lustigsten.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek