adjective
grappig, amusant
A2
witzig is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘grappig’, ‘leuk’ of ‘geestig’. Je gebruikt het voor personen, opmerkingen of situaties. Vergelijking: witziger, am witzigsten. Het wordt normaal verbogen en kan zowel attributief als predicatief staan.
Voorbeelden
Seine Bemerkung war sehr witzig und passte zur Stimmung.
Zijn opmerking was erg grappig en paste bij de sfeer.
Die Zuschauer lachten, weil der Schauspieler besonders witzig war, als er die Szene verpatzte.
Het publiek lachte omdat de acteur bijzonder grappig was toen hij de scène verprutste.
Der Film war wirklich witzig.
De film was echt grappig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een komiek voor met het label «witzig» boven het podium.
denk aan «wit zig» — vol geestigheid.
niet van toepassing
Opmerkingen
« witzig » beschrijft iets dat lachen of amusement veroorzaakt.