Migrant

noun
migrant
B1

Migrant: mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘migrant’ of ‘immigrant’. Vrouwelijke vorm: Migrantin. Het volgt de zwakke n-declinatie: meervoud Migranten, genitief enkelvoud des Migranten. Veel gebruikt in sociale, politieke en officiële contexten.

Voorbeelden

Die Hilfsorganisation bot einem Migranten Unterkunft an, obwohl die Kapazitäten bereits knapp waren.
De hulporganisatie bood een migrant onderdak aan, hoewel de capaciteit al krap was.
Der Migrant hat in seiner neuen Heimat schnell Arbeit gefunden.
De migrant vond snel werk in zijn nieuwe thuisland.
Der Migrant suchte Arbeit in der neuen Stadt.
De migrant zocht werk in de nieuwe stad.

Details

MeervoudMigranten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Migrantdie Migranten
genitivedes Migrantender Migranten
dativedem Migrantenden Migranten
accusativeden Migrantendie Migranten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een persoon met een koffer voor die een grens oversteekt met het bordje «Migrant».
👂Lijkt op en klinkt als het Engelse «migrant».
⚧️der -> associeer met «der Mann» (mannelijke vorm) om «der Migrant» te onthouden.

Opmerkingen

Migrant is de mannelijke vorm; de vrouwelijke vorm is «Migrantin». In neutrale contexten wordt in het meervoud «Migranten» gebruikt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek