noun
migrant
B1
Migrant: mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘migrant’ of ‘immigrant’. Vrouwelijke vorm: Migrantin. Het volgt de zwakke n-declinatie: meervoud Migranten, genitief enkelvoud des Migranten. Veel gebruikt in sociale, politieke en officiële contexten.
Voorbeelden
Die Hilfsorganisation bot einem Migranten Unterkunft an, obwohl die Kapazitäten bereits knapp waren.
De hulporganisatie bood een migrant onderdak aan, hoewel de capaciteit al krap was.
Der Migrant hat in seiner neuen Heimat schnell Arbeit gefunden.
De migrant vond snel werk in zijn nieuwe thuisland.
Der Migrant suchte Arbeit in der neuen Stadt.
De migrant zocht werk in de nieuwe stad.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon met een koffer voor die een grens oversteekt met het bordje «Migrant».
Lijkt op en klinkt als het Engelse «migrant».
der -> associeer met «der Mann» (mannelijke vorm) om «der Migrant» te onthouden.
Opmerkingen
Migrant is de mannelijke vorm; de vrouwelijke vorm is «Migrantin». In neutrale contexten wordt in het meervoud «Migranten» gebruikt.