eilen

verb
haasten, zich haasten
B1

eilen betekent „haasten” of „zich spoeden”. Het is meestal onovergankelijk; voor „zich haasten” gebruikt men vaak ook het reflexieve sich beeilen. In het perfectum neemt het sein: bin geeilt. Regelmatig zwak werkwoord, voltooid deelwoord geeilt, niet scheidbaar.

Voorbeelden

Er eilte zum Bahnhof, weil der Zug früher losfuhr.
Hij haastte zich naar het station omdat de trein eerder vertrok.
Wenn du eilst, pass auf den Verkehr auf.
Als je je haast, let dan op het verkeer.
Ich eile zur Arbeit, weil ich spät dran bin.
Ik haast me naar mijn werk omdat ik te laat ben.

Details

Hulpwerkwoordsein
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es eilt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es eilte
Perfekter/sie/es ist geeilt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die ‘ailing’ is en snel rent om een bus te halen
👂klinkt als «isle» — stel je voor dat je over een klein eiland rent

Opmerkingen

Het perfectum wordt vaak gevormd met « sein » wanneer het om snelle verplaatsing naar een plaats gaat (bijv. « Er ist zur Arbeit geeilt »). | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

icheile
dueilst
er/sie/eseilt
wireilen
ihreilt
sie/Sieeilen
icheile
dueilest
er/sie/eseile
wireilen
ihreilet
sie/Sieeilen
ichwürde eilen
duwürdest eilen
er/sie/eswürde eilen
wirwürden eilen
ihrwürdet eilen
sie/Siewürden eilen
dueile!
ihreilt!
Sieeilen!