Dusche

noun
douche
A1

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: „douche”. Het kan de douche-installatie of het douchen zelf betekenen. Meervoud: Duschen. Vaak in combinatie met sich duschen; de verbuiging volgt het gewone vrouwelijke patroon.

Voorbeelden

Die Frau nahm eine heiße Dusche, bevor sie zur Arbeit fuhr.
De vrouw nam een hete douche voordat ze naar haar werk reed.
Ich nehme jeden Morgen eine kalte Dusche.
Ik neem elke ochtend een koude douche.
Die Dusche im Hotel ist sehr sauber.
De douche in het hotel is erg schoon.

Details

MeervoudDuschen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Duschedie Duschen
genitiveder Duscheder Duschen
dativeder Duscheden Duschen
accusativedie Duschedie Duschen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je water voor dat van het plafond naar beneden spuit — een Dusche.
⚧️die = stel je een vrouw (die) voor die onder de douche stapt.

Opmerkingen

Verwijst naar de douche-installatie (die Dusche).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek