noun
keuken
A1
Küche betekent ‘keuken’: de ruimte waar je kookt en eten bereidt. Het is een vrouwelijk woord: die Küche, meervoud die Küchen. De verbuiging is regelmatig, met umlaut in het meervoud. In sommige contexten kan het ook ‘keuken’ als kookstijl betekenen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich gehe in die Küche.
Ik ga naar de keuken.
Die Gäste aßen in der Küche, weil dort das Essen auf den Tischen stand.
De gasten aten in de keuken, omdat daar het eten op de tafels stond.
Die Küche ist neu.
De keuken is nieuw.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
een kamer met een fornuis en gootsteen met het label „Küche”
Küche — doet denken aan Engels „kitchen” (andere klank, zelfde betekenis)
die → stel je een vrouwelijke chef in de keuken voor