noun
dorst
A1
Der Durst is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘dorst’. Het wordt meestal alleen in het enkelvoud gebruikt. Heel gebruikelijk is de uitdrukking Durst haben. Genitief: des Durstes; datief: dem Durst; accusatief: den Durst.
Voorbeelden
Er hatte großen Durst, weil die Wanderung länger dauerte.
Hij had grote dorst, omdat de wandeling langer duurde.
Nach dem Sport hatte er großen Durst.
Na het sporten had hij veel dorst.
Nach dem Sport hatte ich großen Durst.
Na het sporten had ik veel dorst.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een droge mond voor en een grote beker met het label ‘Durst’.
Klinkt als ‘thirst’ met een ‘d’ — leg de woorden in je hoofd aan elkaar.
der — ‘der Durst’ (stel je een dorstige man voor: ‘der’).
Opmerkingen
Zelfstandig naamwoord meestal niet-telbaar; wordt normaal alleen in het enkelvoud gebruikt. | Alleen-enkelvoudig zelfstandig naamwoord; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.