adjective
zacht, soepel
A2
weich is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘zacht’, ‘soepel’ of ‘mild’, afhankelijk van de context. Het wordt normaal verbogen en kan worden vergeleken: weicher, am weichsten. Veelvoorkomend antoniem: hart. Gebruik: attributief, predicatief en bijwoordelijk.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der neue Stoff fühlte sich weich an, nachdem er getrocknet war und die Reinigung abgeschlossen worden war.
De nieuwe stof voelde zacht aan nadat hij was gedroogd en de reiniging was voltooid.
Seine Stimme klang weich und freundlich.
Zijn stem klonk zacht en vriendelijk.
Das Kissen ist sehr weich.
Het kussen is erg zacht.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een zacht kussen voor waar je in wegzakt.
klinkt als ‘vay-ch’ → ‘zacht’ (denk aan whey, een zachte poeder).