Couch

noun
bank, sofa
B1

Couch betekent ‘bank’ of ‘sofa’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Couch. Meervoud: die Couches. Het is een leenwoord met meervoud op -es. De verbuiging is regelmatig: die Couch, die Couches. Veelgebruikt in spreektaal.

Voorbeelden

Die Couch im Wohnzimmer ist sehr bequem.
De bank in de woonkamer is erg comfortabel.
Die Gäste legten die Taschen auf die Couch, obwohl der Gastgeber darum bat, sie im Flur zu lassen.
De gasten legden de tassen op de bank, hoewel de gastheer had gevraagd ze in de gang te laten staan.
Die neue Couch ist sehr bequem.
De nieuwe bank is erg comfortabel.

Details

MeervoudCouches

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Couchdie Couches
genitiveder Couchder Couches
dativeder Couchden Couches
accusativedie Couchdie Couches

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een grote comfortabele bank voor met een deken en kussens.
👂Klinkt als het Engelse „couch”.
⚧️Vrouwelijk „die” — stel je een lint op de bank voor met daarop „die”.

Opmerkingen

Couch is een leenwoord uit het Engels/Frans; het meervoud is meestal Couches of Couchs. In alledaagse taal hoor je ook vaak Sofa.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek