Coiffeur

noun
kapper, herenkapper
B1

Coiffeur (m.) betekent ‘kapper’, meestal een mannelijke kapper of haarstylist. Het is een leenwoord uit het Frans en komt vooral in Zwitserland en in salons voor. Meervoud: Coiffeure. Vrouwelijke vorm: Coiffeuse. Gewone verbuiging.

Voorbeelden

Der Coiffeur hat mir eine neue Frisur geschnitten.
De kapper heeft me een nieuw kapsel geknipt.
Der Coiffeur schneidet mir heute Nachmittag die Haare.
De kapper knipt vanmiddag mijn haar.
Sie ging zum Coiffeur, obwohl sie eigentlich keinen neuen Stil wollte.
Ze ging naar de kapper, hoewel ze eigenlijk geen nieuwe stijl wilde.

Details

MeervoudCoiffeure

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Coiffeurdie Coiffeure
genitivedes Coiffeursder Coiffeure
dativedem Coiffeurden Coiffeuren
accusativeden Coiffeurdie Coiffeure

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een man in een salonschort voor die zorgvuldig het kapsel van een klant in model brengt.
👂Denk aan het Engelse woord «coif» (een kapsel) + een Franse uitgang; coif -> Coiffeur = kapper.
⚧️Mannelijk «der» — stel je een «D»-badge (voor «der») op zijn jas voor.

Opmerkingen

Coiffeur is een leenwoord uit het Frans. In het alledaagse Duits hoor je ook Friseur voor «kapper». Het lemma is mannelijk (der Coiffeur).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek