noun
kapper, herenkapper
B1
Coiffeur (m.) betekent ‘kapper’, meestal een mannelijke kapper of haarstylist. Het is een leenwoord uit het Frans en komt vooral in Zwitserland en in salons voor. Meervoud: Coiffeure. Vrouwelijke vorm: Coiffeuse. Gewone verbuiging.
Voorbeelden
Der Coiffeur hat mir eine neue Frisur geschnitten.
De kapper heeft me een nieuw kapsel geknipt.
Der Coiffeur schneidet mir heute Nachmittag die Haare.
De kapper knipt vanmiddag mijn haar.
Sie ging zum Coiffeur, obwohl sie eigentlich keinen neuen Stil wollte.
Ze ging naar de kapper, hoewel ze eigenlijk geen nieuwe stijl wilde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een man in een salonschort voor die zorgvuldig het kapsel van een klant in model brengt.
Denk aan het Engelse woord «coif» (een kapsel) + een Franse uitgang; coif -> Coiffeur = kapper.
Mannelijk «der» — stel je een «D»-badge (voor «der») op zijn jas voor.
Opmerkingen
Coiffeur is een leenwoord uit het Frans. In het alledaagse Duits hoor je ook Friseur voor «kapper». Het lemma is mannelijk (der Coiffeur).