Brücke

noun
brug
A2

Brücke betekent ‘brug’: een bouwwerk dat een rivier, weg of andere hindernis overspant. Vrouwelijk: die Brücke, meervoud Brücken. Gewone verbuiging. Ook figuurlijk gebruikt in de betekenis ‘verbinding’ of ‘brug’.

Voorbeelden

Fahren Sie über die nächste Brücke und dann rechts.
Rijd over de volgende brug en sla dan rechtsaf.
Die Touristen gingen langsam über die Brücke, obwohl das Wetter stürmisch war.
De toeristen liepen langzaam over de brug, hoewel het weer stormachtig was.
Die Brücke verbindet die beiden Stadtteile.
De brug verbindt de twee stadsdelen.

Details

MeervoudBrücken

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Brückedie Brücken
genitiveder Brückeder Brücken
dativeder Brückeden Brücken
accusativedie Brückedie Brücken

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je auto’s voor die over een hoge brug rijden met het label ‘Brücke’.
👂Denk aan ‘brook’ — beide zijn boven of bij water; een ‘Brücke’ kruist water.
⚧️Die Brücke — stel je een vrouwelijke vorm ‘die’ voor die de rivier overspant.

Opmerkingen

Veelvoorkomend in contexten van routebeschrijving en vervoer.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek