noun
brug
A2
Brücke betekent ‘brug’: een bouwwerk dat een rivier, weg of andere hindernis overspant. Vrouwelijk: die Brücke, meervoud Brücken. Gewone verbuiging. Ook figuurlijk gebruikt in de betekenis ‘verbinding’ of ‘brug’.
Voorbeelden
Fahren Sie über die nächste Brücke und dann rechts.
Rijd over de volgende brug en sla dan rechtsaf.
Die Touristen gingen langsam über die Brücke, obwohl das Wetter stürmisch war.
De toeristen liepen langzaam over de brug, hoewel het weer stormachtig was.
Die Brücke verbindet die beiden Stadtteile.
De brug verbindt de twee stadsdelen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je auto’s voor die over een hoge brug rijden met het label ‘Brücke’.
Denk aan ‘brook’ — beide zijn boven of bij water; een ‘Brücke’ kruist water.
Die Brücke — stel je een vrouwelijke vorm ‘die’ voor die de rivier overspant.
Opmerkingen
Veelvoorkomend in contexten van routebeschrijving en vervoer.