noun
broodje, broodbolletje
A1
Brötchen betekent „broodje” of „broodrolletje”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Brötchen. Door het verkleiningsachtervoegsel -chen blijft het meervoud gelijk: die Brötchen. Datief meervoud: den Brötchen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Zum Frühstück esse ich gern ein Brötchen.
Bij het ontbijt eet ik graag een broodje.
Ich hole schnell ein paar Brötchen zum Frühstück.
Ik haal snel een paar broodjes voor het ontbijt.
Ich kaufe zwei Brötchen beim Bäcker.
Ik koop twee broodjes bij de bakker.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
een klein rond broodje met stoom om Brötchen te onthouden
das Brötchen — stel je een onzijdig klein broodje (das) voor in een bakkerijdoos
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Brötchen is een verkleinwoord; het meervoud blijft vaak onveranderd (die Brötchen).