noun
jongen, knul, kerel
B1
Bub is een informeel woord voor ‘jongen’, ‘knul’ of ‘kereltje’, vooral in Oostenrijk en Zuid-Duitsland. Het is een zwak mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bub, meervoud die Buben. In de verbogen vormen krijg je des Buben, dem Buben, den Buben. Veel gebruikt in spreektaal en dialect.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der kleine Bub hat laut gelacht.
De kleine jongen lachte hardop.
Die Lehrerin rief den Bub, weil er seine Hausaufgaben vergaß.
De lerares riep de jongen omdat hij zijn huiswerk was vergeten.
In manchen Regionen sagt man statt 'Junge' auch 'Bub'.
In sommige regio's zegt men ook 'Bub' in plaats van 'Junge'.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een glimlachende kleine jongen voor en iemand die hem in dialect ‘Bub’ noemt.
bub klinkt als het Engelse ‘bub’ (slang voor jongen) — denk aan ‘buddy’ ingekort.
der — stel je een jonge jongen (der Bub) met een pet voor.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Dialectwoord dat in delen van Oostenrijk, Zwitserland en Zuid-Duitsland wordt gebruikt; equivalent van het standaardduitse «Junge». De toon is informeel en regionaal.