Grenze

noun
grens, limiet, grenslijn
B1

Grenze is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘grens’, ‘limiet’ of ‘afbakening’, letterlijk en figuurlijk. Meervoud: Grenzen. Verbuiging: der Grenze in de datief enkelvoud, der Grenzen in de genitief meervoud. Vaak in an der Grenze en die Grenze überschreiten.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Grenze des Grundstücks ist durch einen Zaun markiert.
De grens van het perceel is gemarkeerd door een hek.
Die Familie überquerte die Grenze, die wegen Umbauarbeiten geschlossen war, bevor sie weiterreisten.
De familie stak de grens over, die vanwege renovatiewerkzaamheden gesloten was, voordat ze hun reis vervolgden.
Er stieß an seine Grenze und konnte nicht weiterarbeiten.
Hij bereikte zijn grens en kon niet verder werken.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALGrenzen

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Grenzedie Grenzen
genitiveder Grenzeder Grenzen
dativeder Grenzeden Grenzen
accusativedie Grenzedie Grenzen

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een hek voor met een bordje ‘Grenze’ dat de grens markeert.
👂Klinkt als ‘grants’ maar met een n — denk aan een lijn of limiet.
⚧️veel woorden op -e zijn vrouwelijk (die Grenze) — zie het vrouwelijke lidwoord ‘die’ op het bord.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Wordt zowel gebruikt voor fysieke grenzen als voor figuurlijke grenzen (persoonlijke grenzen, wettelijke grenzen).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS