noun
grens, limiet, grenslijn
B1
Grenze is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘grens’, ‘limiet’ of ‘afbakening’, letterlijk en figuurlijk. Meervoud: Grenzen. Verbuiging: der Grenze in de datief enkelvoud, der Grenzen in de genitief meervoud. Vaak in an der Grenze en die Grenze überschreiten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Grenze des Grundstücks ist durch einen Zaun markiert.
De grens van het perceel is gemarkeerd door een hek.
Die Familie überquerte die Grenze, die wegen Umbauarbeiten geschlossen war, bevor sie weiterreisten.
De familie stak de grens over, die vanwege renovatiewerkzaamheden gesloten was, voordat ze hun reis vervolgden.
Er stieß an seine Grenze und konnte nicht weiterarbeiten.
Hij bereikte zijn grens en kon niet verder werken.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een hek voor met een bordje ‘Grenze’ dat de grens markeert.
Klinkt als ‘grants’ maar met een n — denk aan een lijn of limiet.
veel woorden op -e zijn vrouwelijk (die Grenze) — zie het vrouwelijke lidwoord ‘die’ op het bord.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt zowel gebruikt voor fysieke grenzen als voor figuurlijke grenzen (persoonlijke grenzen, wettelijke grenzen).