adjective
goedkoop, voordelig
A1
billig betekent ‘goedkoop’ of ‘voordelig’, maar kan afhankelijk van de context ook ‘van mindere kwaliteit’ suggereren. Het is een bijvoeglijk naamwoord met vergelijking: billiger, am billigsten. Tegenovergesteld: teuer.
Voorbeelden
Das Kleid war billig, obwohl es gut aussah, sodass viele Kunden es kauften.
De jurk was goedkoop, hoewel hij er goed uitzag, zodat veel klanten hem kochten.
Diese Schuhe sind günstig und billig.
Deze schoenen zijn betaalbaar en goedkoop.
Das Hemd ist sehr billig.
Het overhemd is heel goedkoop.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een prijskaartje voor met het woord ‘billig’ en een heel klein getal.
bill-ig — denk aan een kleine ‘bill’, dus een kleine prijs.
Opmerkingen
Vergrotende trap vaak gebruikt: billiger, overtreffende trap: am billigsten. Let op: «billig» kan afhankelijk van de context licht pejoratief klinken (slechte kwaliteit).