bezahlen

verb
betalen
A1

bezahlen is een regelmatig werkwoord en betekent ‘betalen’ of ‘afrekenen’ voor een rekening, aankoop of dienst. Het neemt meestal een lijdend voorwerp in de accusatief: die Rechnung bezahlen. Ook mogelijk met für. Voltooid deelwoord: bezahlt; hulpwerkwoord: haben. Niet scheidbaar en niet wederkerig.

Voorbeelden

Ich bezahle die Rechnung.
Ik betaal de rekening.
Ich bezahle die Rechnung.
Ik betaal de rekening.
Er bezahlte die Rechnung.
Hij betaalde de rekening.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es bezahlt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es bezahlte
Perfekter/sie/es hat bezahlt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je geld aan iemand geeft met een grote „Z” op de rekening.
👂be-ZAH-len — denk aan „be” + „zahn” (met je tand betalen) om het werkwoord te onthouden.

Opmerkingen

Regelmatig zwak werkwoord. Het voorvoegsel „be-” is niet-scheidbaar. Gebruikt „haben” als hulpwerkwoord in voltooide tijden.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichbezahle
dubezahlst
er/sie/esbezahlt
wirbezahlen
ihrbezahlt
sie/Siebezahlen
ichwerde bezahlt
duwirst bezahlt
er/sie/eswird bezahlt
wirwerden bezahlt
ihrwerdet bezahlt
sie/Siewerden bezahlt
ichbezahle
dubezahlest
er/sie/esbezahle
wirbezahlen
ihrbezahlet
sie/Siebezahlen
ichwerde bezahlt
duwerdest bezahlt
er/sie/eswerde bezahlt
wirwerden bezahlt
ihrwerdet bezahlt
sie/Siewerden bezahlt
ichwürde bezahlen
duwürdest bezahlen
er/sie/eswürde bezahlen
wirwürden bezahlen
ihrwürdet bezahlen
sie/Siewürden bezahlen
ichwürde bezahlt werden
duwürdest bezahlt werden
er/sie/eswürde bezahlt werden
wirwürden bezahlt werden
ihrwürdet bezahlt werden
sie/Siewürden bezahlt werden
duBezahl!
ihrBezahlt!
SieBezahlen!