verb
betalen
A1
bezahlen is een regelmatig werkwoord en betekent ‘betalen’ of ‘afrekenen’ voor een rekening, aankoop of dienst. Het neemt meestal een lijdend voorwerp in de accusatief: die Rechnung bezahlen. Ook mogelijk met für. Voltooid deelwoord: bezahlt; hulpwerkwoord: haben. Niet scheidbaar en niet wederkerig.
Voorbeelden
Ich bezahle die Rechnung.
Ik betaal de rekening.
Ich bezahle die Rechnung.
Ik betaal de rekening.
Er bezahlte die Rechnung.
Hij betaalde de rekening.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je geld aan iemand geeft met een grote „Z” op de rekening.
be-ZAH-len — denk aan „be” + „zahn” (met je tand betalen) om het werkwoord te onthouden.
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord. Het voorvoegsel „be-” is niet-scheidbaar. Gebruikt „haben” als hulpwerkwoord in voltooide tijden.