verb
bewijzen
B1
beweisen betekent ‘bewijzen’ of ‘aantonen’. Het is een sterk, onscheidbaar werkwoord met onregelmatige vormen: präteritum bewies, voltooid deelwoord bewiesen. In de voltooide tijd gebruikt het haben (hat bewiesen). Veel gebruikt in juridische en wetenschappelijke contexten.
Voorbeelden
Ich habe meine Behauptung bewiesen.
Ik heb mijn bewering bewezen.
Ich beweise meine Unschuld.
Ik bewijs mijn onschuld.
Er bewies seine Theorie.
Hij bewees zijn theorie.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die bewijsstukken op een tafel legt om een punt te bewijzen.
Klinkt als 'be-wise-en' — laat zien dat je wijs bent door iets te bewijzen.
Opmerkingen
Een regelmatig sterk werkwoord (klinkerverandering in de verleden tijd: bewies, voltooid deelwoord: bewiesen). Vaak gebruikt in academische en juridische contexten.