verb
samenvatten, concluderen, bundelen
B1
Scheidbaar werkwoord: zusammenfassen betekent ‘samenvatten’ of ‘samenvoegen’. Het is een zwak, regelmatig werkwoord met haben; voltooid deelwoord: zusammengefasst. In de tegenwoordige tijd staat het voorvoegsel los: ich fasse zusammen. Veel gebruikt in school-, wetenschappelijke en journalistieke context.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er fasste den Text zusammen.
Hij vatte de tekst samen.
Ich fasse die Ergebnisse des Treffens am Ende zusammen.
Ik vat de resultaten van de vergadering aan het einde samen.
Kannst du das kurz zusammenfassen?
Kun je dat kort samenvatten?
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je aantekeningen verzamelt en ze in één bestand stopt met het label «Zusammenfassung» (samenvatting).
klinkt als «zoom-en-fass-en» — stel je voor dat je feiten verzamelt in een «fass» (vat).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Scheidbaar werkwoord: in de tegenwoordige tijd «ich fasse zusammen», in het perfectum «ich habe zusammengefasst». Vaak gebruikt in academische en zakelijke contexten om informatie samen te vatten. Opmerking: de vormen van Konjunktiv I in de onvoltooid verleden tijd (Präteritum) worden niet gebruikt — in die vakjes als niet van toepassing gemarkeerd.