adjective
beperkt, afgebakend, gerestricteerd
B1
begrenzt is een voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord van begrenzen en betekent ‘beperkt’ of ‘afgebakend’. Het is trapbaar: begrenzter, am begrenztesten. Het wordt attributief en predicatief gebruikt, vaak met auf: auf etwas begrenzt sein. Tegenovergestelde: unbegrenzt.
Voorbeelden
Da die Plätze begrenzt waren, entschied das Komitee, dass nur Mitglieder teilnehmen dürften.
Omdat de plaatsen beperkt waren, besloot het comité dat alleen leden mochten deelnemen.
Der Zugang zum Bereich ist auf Mitarbeiter begrenzt.
Toegang tot het gebied is beperkt tot personeel.
Die Tickets sind auf 100 Stück begrenzt.
De tickets zijn beperkt tot 100 stuks.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een hek (grens) rond een veld voor — het veld is beperkt.
Klinkt als «be-grenst» — denk aan een «grens» rond iets.
Opmerkingen
«begrenzt» wordt vaak gebruikt als een deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord van het werkwoord begrenzen. Het kan hoeveelheden, toegang, tijd enz. beschrijven.