noun
banaan
A1
Banane (v.) betekent ‘banaan’. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Banane. Meervoud: Bananen; genitief/datief enkelvoud: der Banane. Regelmatige verbuiging. Het woord verwijst naar de gewone eetbare vrucht en komt vaak voor in winkels, recepten en voedselcontexten.
Voorbeelden
In der Pause aß die Schülerin eine Banane, die überraschend reif war.
In de pauze at de leerlinge een banaan die verrassend rijp was.
Eine Banane ist ein gesundes Obst.
Een banaan is een gezonde vrucht.
Ich esse jeden Morgen eine Banane.
Ik eet elke ochtend een banaan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een felgele banaan voor met het label ‘Banane’ in de fruitschaal.
Klinkt als het Engelse ‘banana’.
die — stel je een vrouwelijke fruitverkoper voor die roept: ‘Die Banane!’