noun
aanbieding, aanbod, actie
A1
Angebot (het, meervoud: Angebote) betekent vooral „aanbod”, „offerte” of „aanbieding”. Je gebruikt het voor een voorstel, prijsopgave of afgeprijsd product: ein Angebot machen, im Angebot. Onzijdig zelfstandig naamwoord; genitief: des Angebots.
Voorbeelden
Im Laden gibt es viele Angebote.
Er zijn veel aanbiedingen in de winkel.
Diese Woche gibt es super Angebote im Supermarkt.
Deze week zijn er geweldige aanbiedingen in de supermarkt.
Das Angebot ist sehr günstig.
De aanbieding is heel voordelig.
Details
Ezelsbruggetjes
een etalage met een groot bord ‘ANGEBOT’ (aanbieding)
klinkt als ‘an-guh-bot’ — stel je een robot voor die zegt: ‘I offer this’
das = onzijdig: stel je een neutraal bord voor met het label ‘DAS ANGEBOT’
Opmerkingen
Onzijdig zelfstandig naamwoord. Meervoud: Angebote. Vaak gebruikt in winkel- en advertentiecontexten.