noun
post, postkantoor
A1
„Post” betekent „post” en, afhankelijk van de context, ook „postkantoor”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Post. Voor de dienst of instelling gebruikt men meestal geen meervoud. Veelgebruikte uitdrukking: „zur Post gehen” = naar de post gaan.
Voorbeelden
Die Post bringt heute ein Paket.
De post bezorgt vandaag een pakket.
Ich gehe zur Post, um ein Paket abzuholen.
Ik ga naar het postkantoor om een pakket op te halen.
Ich muss noch zur Post, um einen Brief aufzugeben.
Ik moet nog naar het postkantoor om een brief te versturen.
Details
Ezelsbruggetjes
Visualiseer brieven in een blauwe brievenbus met het label ‘Post’
post ~ post (Engels)
die -> stel je een vrouwelijke lintversiering op de brievenbus voor bij Post (vrouwelijk)
Opmerkingen
Post kan de post als systeem betekenen of het fysieke postkantoor. De context laat zien welke betekenis bedoeld is. | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.