noun
winkel, zaak
A1
Laden is een mannelijk zelfstandig naamwoord: ‘winkel’ of ‘zaak’. Meervoud: Läden, met umlaut a→ä. Het woord wordt vaak gebruikt voor een kleine winkel of handelszaak. Gewone verbuiging, bv. in den Läden. Niet verwarren met laden als werkwoord.
Voorbeelden
Der Laden schließt um acht Uhr.
De winkel sluit om acht uur.
Ich kaufe oft im kleinen Laden an der Ecke ein.
Ik koop vaak in het kleine winkeltje op de hoek.
Ich gehe in den Laden.
Ik ga naar de winkel.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine winkel voor met een bord LADEN boven de deur.
der Laden — stel je een mannelijke winkelier in de winkel voor (mannelijk).
Opmerkingen
Laden kan ook een werkwoord zijn (laden = laden), maar hier gaat het om het zelfstandig naamwoord «winkel».