Laden

noun
winkel, zaak
A1

Laden is een mannelijk zelfstandig naamwoord: ‘winkel’ of ‘zaak’. Meervoud: Läden, met umlaut a→ä. Het woord wordt vaak gebruikt voor een kleine winkel of handelszaak. Gewone verbuiging, bv. in den Läden. Niet verwarren met laden als werkwoord.

Voorbeelden

Der Laden schließt um acht Uhr.
De winkel sluit om acht uur.
Ich kaufe oft im kleinen Laden an der Ecke ein.
Ik koop vaak in het kleine winkeltje op de hoek.
Ich gehe in den Laden.
Ik ga naar de winkel.

Details

MeervoudLäden

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Ladendie Läden
genitivedes Ladensder Läden
dativedem Ladenden Läden
accusativeden Ladendie Läden

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kleine winkel voor met een bord LADEN boven de deur.
⚧️der Laden — stel je een mannelijke winkelier in de winkel voor (mannelijk).

Opmerkingen

Laden kan ook een werkwoord zijn (laden = laden), maar hier gaat het om het zelfstandig naamwoord «winkel».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek