adverb
buiten, aan de buitenkant, in de open lucht
B1
außen betekent ‘buiten’ of ‘aan de buitenkant’. Het is een plaatsadverb en staat tegenover innen (‘binnen’). Je gebruikt het voor een externe ligging of de buitenzijde van iets: außen am Haus. Het woord is onveranderlijk en vraagt geen vaste prepositie.
Voorbeelden
Das Haus wurde außen gestrichen, damit die Feuchtigkeit besser abgewehrt werden konnte.
Het huis werd aan de buitenkant geschilderd, zodat vocht beter kon worden geweerd.
Die Kinder spielen außen im Garten.
De kinderen spelen buiten in de tuin.
Bitte bleiben Sie außen, bis Sie aufgerufen werden.
Blijft u alstublieft buiten totdat u wordt geroepen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een deur voor die opengaat naar de buitenwereld met een groot bord „außen”.
klinkt als „ow-sen” — denk aan „out-sen”, dus buiten het gebouw.
Opmerkingen
« außen » geeft een plaats buiten iets aan. Niet verwarren met « außer » (behalve).