adverb
binnen, naar binnen, inwendig
B1
innen is een plaatsbijwoord en betekent ‘binnen’ of ‘van binnen’. Het is geen prepositie en regeert geen naamval. Tegenstelling: außen. Je gebruikt het met werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden om een binnenruimte of een richting naar binnen te beschrijven.
Voorbeelden
Im Winter bleiben wir meistens innen.
In de winter blijven we meestal binnen.
Die Kinder blieben innen, weil draußen ein heftiger Sturm tobte.
De kinderen bleven binnen omdat er buiten een hevige storm woedde.
Komm bitte nach innen.
Kom alsjeblieft naar binnen.
Details
Ezelsbruggetjes
Imaginez une porte ouverte et une flèche pointant vers l’intérieur avec l’étiquette « innen ».
Ressemble à l’anglais « in » + « -en » -> à l’intérieur.
Opmerkingen
Innen est un adverbe de lieu signifiant « à l’intérieur » ou « dedans ». Il s’oppose à « außen » (dehors).