noun
buitenlander, immigrant
A1
Ausländer betekent ‘buitenlander’ of ‘vreemdeling’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Ausländer, meervoud Ausländer. Genitief enkelvoud: des Ausländers. In officiële teksten is het neutraal, maar in de omgangstaal kan het afhankelijk van de context negatief klinken.
Voorbeelden
Viele Ausländer leben in Deutschland.
Veel buitenlanders wonen in Duitsland.
Die Gemeinde organisiert Kurse für Ausländer.
De gemeente organiseert cursussen voor buitenlanders.
Die Gemeinde bot den Ausländern Sprachkurse an, damit sie sich besser integrieren könnten, obwohl das Budget knapp war.
De gemeente bood buitenlanders taalcursussen aan, zodat zij zich beter konden integreren, hoewel het budget krap was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon voor die uit een ander land aankomt met een label «Ausländer».
denk aan ‘out-lander’ — iemand uit een ander land.
Der Ausländer — veel persoonsaanduidingen op -er zijn mannelijk; gebruik dat patroon om het te onthouden.
Opmerkingen
Neutraal/ouder gebruik: «Ausländer» kan neutraal zijn, maar context en toon zijn belangrijk; «ausländische Staatsangehörige» is een formelere uitdrukking.