adjective
buitenlands, vreemd
A1
ausländisch is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘buitenlands’ of ‘uit het buitenland’. Het is trapbaar: ausländischer, am ausländischsten. Je gebruikt het attributief en predicatief, zonder vaste prepositie. Voorbeelden: ausländische Firma, ausländischer Tourist.
Voorbeelden
Obwohl der Film ausländisch war, wurde er von vielen Zuschauern geschätzt, weil die Handlung spannend blieb.
Hoewel de film buitenlands was, werd hij door veel kijkers gewaardeerd omdat de verhaallijn spannend bleef.
Das Restaurant bietet ausländische Spezialitäten an.
Het restaurant biedt buitenlandse specialiteiten aan.
Sie spricht viele Sprachen und hat ausländische Freunde.
Ze spreekt veel talen en heeft buitenlandse vrienden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een etiket op voedsel voor met „ausländisch”, wat betekent dat het uit een ander land komt.
Klinkt als „out-land-ish” — gerelateerd aan een ander land.
Opmerkingen
„ausländisch” wordt gebruikt om dingen of mensen uit andere landen te beschrijven. Let op de bijvoeglijke naamwoorduitgangen afhankelijk van geslacht en naamval.