Europäer

noun
Europeaan, Europese persoon
A1

„Europäer” betekent een persoon uit Europa, dus „Europeaan”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; vrouwelijke vorm: Europäerin; meervoud: Europäer. Gebruikelijk in contexten van afkomst, nationaliteit en identiteit. Niet verwarren met het bijvoeglijk naamwoord europäisch.

Voorbeelden

Bei der Debatte wurde die Meinung der Europäer gehört, weil viele Vertreter gemeinsame Lösungen forderten.
Tijdens het debat werd naar de mening van de Europeanen geluisterd, omdat veel vertegenwoordigers gezamenlijke oplossingen eisten.
Der Europäer lebt in einem Land in Europa.
De Europeaan leeft in een land in Europa.
Ich bin ein Europäer.
Ik ben een Europeaan.

Details

MeervoudEuropäer

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Europäerdie Europäer
genitivedes Europäersder Europäer
dativedem Europäerden Europäern
accusativeden Europäerdie Europäer

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een persoon voor met een shirt waarop «EU» staat om «Europäer» te onthouden.
👂Klinkt als «you rope-air» — stel je voor dat iemand Europa in lucht wikkelt.
⚧️der Europäer — stel je een mannelijke Europeaan voor om het mannelijke lidwoord te onthouden.

Opmerkingen

Het meervoud kan voor gemengde groepen dezelfde vorm «Europäer» hebben; de vrouwelijke vorm is «Europäerin».

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek