Auge

noun
oog, ogen
A1

Auge is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „oog”. Meervoud: Augen. Genitief enkelvoud: des Auges; datief: dem Auge. Meervoudsvormen: die Augen, datief meervoud den Augen. Het woord wordt ook figuurlijk gebruikt, bijvoorbeeld in uitdrukkingen als „iets in het oog houden”.

Voorbeelden

Wenn man viel am Computer arbeitet, tun die Augen weh.
Als je veel achter de computer werkt, doen je ogen pijn.
Sein Auge ist blau.
Zijn oog is blauw.
Der Arzt untersuchte das Auge des Patienten, nachdem ein Unfall passiert war, weil eine Infektion vermieden werden sollte.
De arts onderzocht het oog van de patiënt nadat er een ongeluk was gebeurd, omdat een infectie moest worden vermeden.

Details

MeervoudAugen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Augedie Augen
genitivedes Augesder Augen
dativedem Augeden Augen
accusativedas Augedie Augen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een groot oog voor met het label «Auge» eronder.
👂Klinkt als het Engelse «ow-guh» — associeer het met een pijnlijk oog («ow»).
⚧️Das Auge — denk aan «das» en aan een «stip» (de pupil is als een stip) om het onzijdig te onthouden.

Opmerkingen

« Auge » is onzijdig en heeft een onregelmatige genitief enkelvoudsvorm: «des Auges».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek