Krankheit

noun
ziekte, aandoening, kwaal
A2

Krankheit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘ziekte’ of ‘aandoening’. Meervoud: Krankheiten. De verbuiging is regelmatig; genitief enkelvoud: der Krankheit. Veelgebruikte combinatie: an einer Krankheit leiden, met datief. Voor zowel acute als chronische ziekten.

Voorbeelden

Er hat eine seltene Krankheit.
Hij heeft een zeldzame ziekte.
Die Krankheit hat ihn geschwächt.
De ziekte heeft hem verzwakt.
Die Reise wurde abgesagt, weil mehrere Teilnehmer an einer Krankheit litten.
De reis werd geannuleerd omdat meerdere deelnemers aan een ziekte leden.

Details

MeervoudKrankheiten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Krankheitdie Krankheiten
genitiveder Krankheitder Krankheiten
dativeder Krankheitden Krankheiten
accusativedie Krankheitdie Krankheiten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een thermometer voor met het label «Krankheit» om ziekte aan te duiden
⚧️die — denk aan «die Krankheit» (vrouwelijk): stel je een zieke persoon voor die in een deken is gewikkeld

Opmerkingen

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; vaak gebruikt in medische contexten. Meervoud: Krankheiten.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek