noun
ziekte, aandoening, kwaal
A2
Krankheit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘ziekte’ of ‘aandoening’. Meervoud: Krankheiten. De verbuiging is regelmatig; genitief enkelvoud: der Krankheit. Veelgebruikte combinatie: an einer Krankheit leiden, met datief. Voor zowel acute als chronische ziekten.
Voorbeelden
Er hat eine seltene Krankheit.
Hij heeft een zeldzame ziekte.
Die Krankheit hat ihn geschwächt.
De ziekte heeft hem verzwakt.
Die Reise wurde abgesagt, weil mehrere Teilnehmer an einer Krankheit litten.
De reis werd geannuleerd omdat meerdere deelnemers aan een ziekte leden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een thermometer voor met het label «Krankheit» om ziekte aan te duiden
die — denk aan «die Krankheit» (vrouwelijk): stel je een zieke persoon voor die in een deken is gewikkeld
Opmerkingen
Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; vaak gebruikt in medische contexten. Meervoud: Krankheiten.