noun
lift, personenlift
A1
Aufzug betekent vooral ‘lift’ of ‘elevator’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Aufzug, meervoud die Aufzüge, genitief des Aufzugs. Minder vaak kan het ook ‘optocht’ of ‘opkomst op het toneel’ betekenen. Regelmatige verbuiging met umlaut in het meervoud.
Voorbeelden
Bei Feueralarm dürfen Sie die Aufzüge nicht benutzen.
Bij brandalarm mag u de liften niet gebruiken.
Der Techniker reparierte den Aufzug, obwohl die Firma wenige Ersatzteile hatte, damit die Bewohner wieder in ihre Wohnungen gelangen konnten.
De technicus repareerde de lift, hoewel het bedrijf weinig reserveonderdelen had, zodat de bewoners weer naar hun appartementen konden gaan.
Nimm den Aufzug oder die Treppe, wie du willst.
Neem de lift of de trap, zoals je wilt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je op een knop drukt en de liftdeuren opengaan.
Denk aan 'up-zug' als omhoog gaan in een trein (zug).
der - denk aan 'der Zug' (trein) maar dan omhoog, mannelijk
Opmerkingen
Meervoud: Aufzüge. Veelgebruikt woord in gebouwen; 'Lift' wordt in sommige varianten ook gebruikt.