noun
bed
A1
Bett is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Bett, meervoud die Betten. Betekent een bed, dus een meubel om in te slapen. Regelmatige verbuiging: des Bettes, dem Bett, den Betten. Vaak in uitdrukkingen als im Bett, aufs Bett.
Voorbeelden
Er legte das Buch auf das Bett, nachdem er das Licht ausgeschaltet hatte.
Hij legde het boek op het bed nadat hij het licht had uitgedaan.
Das Bett ist sehr bequem.
Het bed is erg comfortabel.
Ich gehe ins Bett.
Ik ga naar bed.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een eenvoudig bed voor met een grote « B » op het hoofdeinde.
Klinkt als Engels « bet » — stel je voor dat je inzet op een comfortabel bed.
das — denk aan een neutrale deken met het label « das » (het onzijdige lidwoord).
Opmerkingen
Meervoud: die Betten. Veelgemaakte fout: het Duitse « Bett » is onzijdig (das Bett), niet mannelijk of vrouwelijk.