conjunction
want, namelijk
A1
Nevenschikkend voegwoord: „want”, „immers”. Het geeft een reden zonder de woordvolgorde van de hoofdzin te veranderen. Denn kan ook als modaal partikel voorkomen in vragen of ter nadruk.
Voorbeelden
Er nahm den Zug, denn er musste früh ankommen, obwohl das Wetter schlecht war.
Hij nam de trein omdat hij vroeg moest aankomen, hoewel het weer slecht was.
Ich esse, denn ich habe Hunger.
Ik eet, want ik heb honger.
Er blieb zu Hause, denn er war krank.
Hij bleef thuis, omdat hij ziek was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vraag en antwoord voor: „Warum? – Denn ...” die de reden verbindt.
Klinkt als Engels ‘den’ met een extra n — denk aan een causale verbindingswoord.
Opmerkingen
„Denn” is een nevenschikkend voegwoord dat een reden inleidt; het verandert de woordvolgorde niet.