denn

conjunction
want, namelijk
A1

Nevenschikkend voegwoord: „want”, „immers”. Het geeft een reden zonder de woordvolgorde van de hoofdzin te veranderen. Denn kan ook als modaal partikel voorkomen in vragen of ter nadruk.

Voorbeelden

Er nahm den Zug, denn er musste früh ankommen, obwohl das Wetter schlecht war.
Hij nam de trein omdat hij vroeg moest aankomen, hoewel het weer slecht was.
Ich esse, denn ich habe Hunger.
Ik eet, want ik heb honger.
Er blieb zu Hause, denn er war krank.
Hij bleef thuis, omdat hij ziek was.

Details

Typecoordinating

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een vraag en antwoord voor: „Warum? – Denn ...” die de reden verbindt.
👂Klinkt als Engels ‘den’ met een extra n — denk aan een causale verbindingswoord.

Opmerkingen

„Denn” is een nevenschikkend voegwoord dat een reden inleidt; het verandert de woordvolgorde niet.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek